Schrijf nooit een politicus af
ZELFS AD MELKERT IS TERUG, NÙ
Één ding is zeker. Schrijf nooit iemand af. Niet in de gewone mensenwereld, niet in de politiek. Zelfs de afgrijselijkste nederlaag kan zich omkeren. Kàn. Het hoeft natuurlijk niet.
Neem het jaar 1960. Het is vijftig jaar geleden, maar staat nog steeds in het collectieve geheugen gegrift. De strijd om het presidentschap van de Verenigde Staten wordt, zoals dat in een tweepartijensysteem betaamt, op het scherpst van de snede gevoerd.
De nog jonge, progressieve, schatrijke, net 42-jarige Democratische senator John F. Kennedy staat tegenover de vijf jaar oudere Republikeinse vicepresident en communistenhater, Richard Milhous Nixon.
De televisie, zwart-wit, speelt voor het eerst een sleutelrol. Dus is er een debat tussen een charismatische, knappe man van de wereld en een ongeschoren, vermoeide en verbeten beroepspoliticus. De knappe man wint.
Exit Richard Nixon. Twee jaar later krijgt de Republikein opnieuw een dreun van jewelste als het hem niet lukt gouverneur van Californië te worden. “Hier komt hij niet meer bovenop”, denken velen.
Schrijf niet af. Richard Nixon was altijd al een fighter. Iemand die, anders dan de jongens die met een gouden lepel in de mond geboren waren, zich vanuit het niets omhooggewerkt had.
Dus wordt hij in 1968 president van de Verenigde Staten op het dieptepunt van de Vietnamoorlog. President Nixon mobiliseert de zwijgende meerderheid, opent via zijn adviseur voor de Veiligheid, Henri Kissinger, de weg naar China, begint onderhandelingen met de Vietcong.
In 1972 wordt Richard Milhous Nixon met een ruime meerderheid herkozen. Maar ach. Twee jaar later alweer, beleeft hij zijn politieke Waterloo. Het Watergateschandaal dreunt nòg na. Dieper kan een Amerikaanse president niet vallen.
Vijfendertig jaar later zijn Nixons Republikeinse partijgenoten de vernedering nog altijd niet te boven. Hoeveel, zelfs tamelijk succesvolle presidenten, hun partij ook geleverd mag hebben, onoverkomelijk blijft een Democraat in het Witte Huis.
Zo'n Democraat, 'Comeback Kid' Bill Clinton (1993-2001), heeft het geweten. Clinton had zijn bijnaam verdiend als gouverneur van Arkansas. De kiezers stemmen hem weg na een eerste periode. Bill Clinton vecht zich terug.
Éénmaal president, lijdt Clinton nederlaag op nederlaag. Hij hervindt zich en wordt herkozen. De Republikeinen nemen hem opnieuw in de tang. Lijken beet te hebben, zetten een impeachment-procedure in gang. Clinton had in het Witte Huis een medewerkster verschalkt. Monica Lewinsky. Wie kent haar niet? Hoe het zij, Comeback Kid overleeft met glans. LANDSBELANG Nixon, Clinton. Beiden maken zich waar als vechters, vastbesloten te winnen. Heel benieuwd of president Barack Obama diezelfde karaktertrek tentoonspreidt. Hij zal hem in elk geval nodig hebben.
Immers, de Republikeinen zijn fanatieker dan ooit. De Democraat Obama mag domweg niet slagen. “In het landsbelang”, verdedigen zij die keuze.
Machtig zijn de Republikeinen ondanks hun minderheidspositie in het Congres. Verdedigen is nu eenmaal makkelijker dan aanvallen. Obama zal terug moeten vechten, uit verloren positie terugkomen. Niet één, maar vele keren. Overigens zijn de voortekenen gunstig. Want ook Barack Obama is onderop begonnen.
Schrijf nooit af. In Groot-Brittannië lijkt premier Gordon Brown een jaar geleden een armzalige figuur. Bespot door de pers. Massaal keren de Britse kiezers zich af, van hem en zijn Labourpartij. De Conservatief David Cameron voelt zich al premier.
Gordon Brown blijkt de tegenpool van zijn voorganger, de grote communicator, Tony Blair die hij jarenlang diende als minister van financiën.
De oorlog in Irak verdeelt de natie, maar het pond en de economie bloeien als nooit te voren. Moeilijk sprekend vindt Brown zijn weg. Iemand als Agnes Kant komt, vergeleken met hem, vertederend over. De pers meet alle versprekingen en communicatieblunders groot uit. Zelfs de moeders van gesneuvelde soldaten kan de premier geen troost bieden.
Maar kijk, wat gebeurt. De economische crisis slaat ook in Engeland keihard toe. Gordon Browns aanpak slaat aan. Hij zegt ondernemers en bankiers de wacht aan. Labour loopt zijn achterstand op de Conservatieven in.
In mei of juni vinden de verkiezingen pas plaats. Niets is beslist, behalve dat Cameron vreest voor opnieuw een oppositieperiode. Kortom, de al afgeschreven Gordon Brown is terug.
Zal het in Nederland anders zijn? Nog maar een maand geleden stonden de PvdA en vicepremier Wouter Bos er dramatisch slecht voor. Alleen een breuk met het CDA kan hen redden. Aldus gebeurt. Of het genoeg is, moet blijken. De PvdA verliest fors bij de gemeenteraads-verkiezingen, maar minder fors dan gedacht. Wouter Bos triomfeert bescheiden. Hij gelooft er weer in.
Een fenix wordt D66 genoemd. Zo vaak leek de partij reddeloos verloren. Zo vaak is zij weer opgestaan. In 2006 is mèt de partij, het gedachtegoed (de vier kroonjuwelen, weet u wel) dood en begraven. Alexander Pechtold recht zijn rug. En zie, de partij is voor de zoveelste keer terug.
Sommigen zetten in, op Femke Halsema van GroenLinks. Toch ook iemand die wel eens een verkiezing heeft verloren. Leiderschapscrisis in de VVD. Het ex-lid Verdonk daagt politiek leider Mark Rutte uit. Vervolgens komt de oud-burgemeester van Rotterdam, Ivo Opstelten, als voorzitter de bestuursgelederen versterken. Het kan geen toeval zijn dat Mark het sindsdien een stuk beter doet.
De Tweede Kamerverkiezingen zijn op 9 juni. Alles is mogelijk. De Volkskrant gelezen: een interview met de hoogste VN-vertegenwoordiger in Irak, het PvdA-lid, Ad Melkert.
Melkert is in 2002 beoogd premier. Fortuyn. Met pek en veren besmeurd, vlucht de PvdA’er Nederland uit. Volledig afgeschreven, toen. Is helemaal terug, nù.
Premier Balkenende, tenslotte. Na acht jaar Paars brengt hij het verloren gewaande CDA op onnanvolgbare wijze terug in het Torentje. Vervolgens wint hij de slag met Wouter Bos van de PvdA. Opiniepeilingen lijken hem niet te deren.
Maar nee, sorry. De premier heeft zijn tijd gehad. Drie kabinetten heeft hij naar de bliksem geholpen. J.P Balkenende kun je gevoeglijk afschrijven.
|