Goddorie, wat voelden zij zich toen sterk
‘IK EN DIRK HEBBEN HET OPGELOST’
Nico, Dirk, Bart, Leo, Frans, Ivo. Zes vrienden voor het leven. Ze hadden het goed met elkaar. Waren succesvol in het leven. Gelukkig getrouwd en nog volop in de kinderen. Ook gingen ze elk jaar samen op vakantie. Goddorie, wat voelden ze zich toen sterk. Met elkaar konden ze de wereld aan.
Zeker, het was niet allemaal vanzelf gegaan. De mannen hebben er voor moeten vechten. Moeten knokken. Een paar keer leek het dan ook lelijk mis te gaan. Toen kwamen hun vrouwen erbij, en ging het crescendo.
“Nooit”, zwoeren de vrienden, “zullen wij uit elkaar gaan”. Ze verdeelden de taken. Ze waren één. Nico, Dirk, Bart, Leo, Frans en Ivo voelden zich bevoorrecht. Het succes straalde van hen af.
Iedereen wilde dan ook vriendjes met hen zijn. Simon, Pieter, Dick en Zak. Zelfs Erik sloot zich aan, ondanks zijn reserves. Ach, natuurlijk was er nog wel eens een ruzietje.
Soms gooiden Frans en Erik een vol glas wijn naar elkaar, want Erik die zich bij voorkomende gelegenheden trouwens Victor noemde, bleef een beetje een vreemde eend in de bijt. Verder lieten ze het nooit komen.
Integendeel, elke bijeenkomst sloten de vrienden af met een goed en stevig maal. Sterker en groter werden ze. De tevredenheid nam almaar toe.
Heerlijk was het leven. Maar het is zoals het is, hoe ouder je wordt, en het geluk je blijft toelachen, de geldboom blijft groeien. Wie niet, zou daar wat lui van worden?
LIJFSPREUK Hoe het zij, met de jaren gingen de kilootjes wat zwaarder wegen. Ook bewogen de vrienden duidelijk minder. Praten deden zij des te meer.
Maar geld trekt aan. Het clubje vrienden werd een hele club. Hoe meer zielen hoe meer vreugd, was de lijfspreuk die het niet voor niets in ere hield.
Toch, het kan bijna niet anders. De sfeer veranderde, langzaam nog, maar merkbaar. Hier en daar viel zelfs een zorgelijke trek te ontdekken.
Nico en Bart, vrienden van het eerste uur, voelden zich wat alleen, minder serieus genomen ook. Zij merkten dat Ivo rare praatjes kreeg en zich daarnaar ging gedragen, ook.
Het was net of Frans een beetje op hen neerkeek. Frans die, net als Erik en Ivo, trouwens, regelmatig vreemd ging. Iets dat Dirk dan weer niet begreep.
Ruzietjes besloten de vrienden lang niet altijd meer met een goed glas wijn. Tijd voor een afsluitende maaltijd namen zij nog maar zelden. Mocht ook niet van de vrouwen die er voortdurend bij wilden zijn.
Ruzietjes werden ruzies. Meningsverschillen staken de kop op. De vrienden waren te oud om met elkaar op de vuist te gaan. Een koppig zwijgen, was steeds vaker het resultaat.
Niettemin bleef de geldkraan wijd open. Een enkeling verlangde naar vroeger. De vrienden bleven desondanks vrienden. Zaken waren keurig geregeld. Eigenlijk konden zij zich niet voorstellen dat hun wegen zouden scheiden.
Van de andere kant. Frans was al aan zijn derde vrouw toe. Ivo trok zich van God noch gebod wat aan. Stille Otto verviel in oude fouten. Ook vroegen de oudste maten zich stiekem af of Paul, Bert en Rob wel bij hen hoorden.
Toen, op een kwade dag riep Dirk de hele club bij elkaar. Hij sprak: “Mannen, vrienden. We hebben een tekort. Zo kan het niet langer. We zullen de tering naar de nering moeten zetten. We moeten eens goed met elkaar praten. Anders gaat het mis”. Een donderslag bij heldere hemel. Daar was niets te veel mee gezegd. “Wat nu”? Frans, als door een adder gebeten, sprong op. Hoezo, een tekort”? Ivo schreeuwde: “Ik ben onschuldig”. Erik: “Zoeken jullie het zelf maar uit”. Zak zweeg. Eljo, een nieuwkomer, barstte in tranen uit.
PANDEMONIUM Dirk: “Rustig heren. Rustig. We hebben alleen maar een tekort. Geen paniek. Alles is goed geregeld, immers. Als er meer geld binnenkomt, kunnen we weer door”.
Even was het stil. De vriendengroep, een heel gezelschap nu, liefst 27 man sterk, leek even op adem te moeten komen. Toen brak een waar pandemonium los. Iedereen schreeuwde door elkaar. Wat opviel: Niemand vroeg naar het waarom.
Eljo, bijna in paniek: “Ik kan niets missen, hoor”. Alleen Gerard hield zich stil, een beetje angstig leek hij wel.
Nico: ”Wie heeft eigenlijk de leiding hier”? Erik: “Ik niet”. Frans: “Ik”. Simon: “Nee, ik”. “Ik. Ik”, gilde Ivo. “Dat nooit”, meldde Pieter zich.
Nico probeerde nog een keer: “We moeten de handen in één slaan, jongens”.
Dirk hief bezwerend zijn armen op. Vroeger was het wel eens anders geweest, maar als enige hield hij het overzicht. Bleef koel.
Hoewel, wie goed keek, zag een soort van ingehouden woede. Priemend wees zijn vinger, richting Gerard. “Hij, hij is de schuldige. Hij heeft ons bedrogen”.
Bij toverslag was het oorverdovend stil. Verbijsterd leek iedereen. Gerard! Hij was er toch al jaren bij. Altijd gastvrij. Geweldige vriend. Toegegeven, de laatste tijd was hij wat stil. Victor en Zak hadden zich wel eens verbaasd over het luxe leventje dat Gerard en zijn vrouw leidden. Maar nee, verder gingen die gedachten niet.
“Wat nu”? Dirk had intussen Frans erbij gehaald. Samen wachtten zij tot de club weer tot leven kwam. Maar voordat het opnieuw tot een uitbarsting komen kon, maanden zij tot stilte.
Frans nam nu het woord: “Ik en Dirk hebben de zaak intussen opgelost”.
Het was de zin waarop iedereen blijkbaar gewacht had. De handen gingen op elkaar. De vrienden praatten nog wat na. Een enkeling nam snel een koel glas wijn of jus d’orange.
Toen ging iedereen zijns weegs. Naar huis. Niemand nam de tijd voor een goed en stevig maal.
|